zaterdag 19 oktober 2013

Pauwenveren

Dagboek van een broekzak - deel II


Maison Martin Margiela
Couture Fall 2013





































Bonjour,
Totaal weggemoffeld bekijk ik of mijn stem nog licht hoorbaar kan worden gemaakt. Het gaat moeilijk, ik zit achter te veel stof. Dikke lagen overlappen elkaar en hoewel geschiedenisboeken over mij schreeuwen hoe robuust ik wel niet ben, is dit een te grote opgave voor mij - min of meer letterlijk bijt ik in het stof wanneer ik uit mijn woorden probeer te komen, wat dan (toegegeven) toch weer een leuke woordspeling blijkt te zijn. Hoe dichter ik bij de planken kom, hoe verstikkender benauwd ik het krijg. Hitte neemt overmacht. Als ik toch eens kon zweten....
Ik focus mij op de muziek die uit de oortjes komen. De zachte rubbertjes komen net uit perfect gevormde modellenoortjes en zijn nu in mij gefrommeld. Godzijdank is ze vergeten ze uit te zetten, wat maakt dat er een interessante echo ontstaat in de kleine holte die er in mij zit. Ik laat de lucht maar al te graag meetrillen. Het is de enige manier om uit deze situatie te komen, de laatste afleiding voor ik me moet focussen op het dragen van modellenbeentjes en er mee flaneren zoals een prachtige baljurk met enorme sleep dat ook zou doen. Een grote misvatting is dat het model alles zou doen. Onzin, het voelt alsof ik haar draag, wanneer ik niet mee zou geven zou zelfs het meest duurbetaalde model een mislukking vormen. Als de dag van gisteren kan ik me herinneren hoe de naaisters mij allen toespraken. "Voel je deze naden?" Vroegen ze me. De retorische vraag werd vervolgd, ik moest met flatteus voelen, flatterend ook. Als een spons zou ik alles wat ze me zeiden op moeten nemen. De kloppers en bleek- en schuurbehandelingen die zouden volgen zou ik niet als persoonlijk moeten beschouwen. Ze fluisterden me toe dat ze me met liefde zouden overgieten. Dat ik het alleen misschien niet altijd zo zou ervaren, maar dat ik het toch zou moeten gebeuren. Bij het naaien van het label maakten ze me zeer duidelijk dat ik me nooit verheven mocht voelen, alleen om de sierlijke letters die het stofje sierden, omdat ik daarmee niet zou groeien. Sterker nog, zeiden ze, ik zou mezelf verlagen tot het laagste niveau. Ik mocht niet vergeten dat ik ook mijn best zou moeten doen. Ook ik zou mijn verdere carrière het respect van mijn draagster moeten verdienen door aan elke kant te stralen. Ik zou een cadeau moeten zijn, iets dat een man zijn vrouw met een bos rozen en chocolaatjes zou geven. Iets waarin hij haar prachtige gestalte nog meer zou eren. Ik moest iets zijn wat elke man als de beste keus in zijn leven zou zien, bij het zien van haar dankbare, euforische ogen die spontaan een extra lichtvonkje zouden krijgen. Ik was het, die goddelijk zou moeten voelen door tijden van succes. Ik moest degene zijn die tranen zou opvangen ook degene die zich makkelijk schoon zou laten maken van de mascaravlekken na de tranenregen. Nog werd elk draadje met zorg in mij gestoken. De beloofde liefde stelde niet teleur en smaakte mierzoet in een mond waarvan volksstammen denken dat ik hem niet bezit. Alles werd met mij gedeeld. In vrij korte tijd was ik een paar levens rijker. Alle verhalen van onmogelijk haar, stinkende conditioner om het voorgaande tegen te gaan, verpletterende regen, nog meer dan de conditioner stinkende thee die van een slank leven zou moeten voorzien passeerden de revue. Algauw had ik een archief ontwikkeld dat ik mijn hele leven nog mee zou dragen en wat zeer goed zou helpen.

Het was tijd om me te voelen als de meest prachtige baljurk die me tot in elke draad was uitgelegd, zodat er geen twijfel bestond over de schoonheid ervan. De naaisters hadden mij het beeld van de ultieme baljurk voorgedragen, gedicteerd en ingeprent, geen twijfel mogelijk. Muurvast zat het na een tijd,  net als de spijkertjes in mij. Zo mooi moest ik me ook voelen. Elegant, charmant en verleidelijk. In mijn dromen moest ik altijd de sleep houden. Als ik er sterk genoeg aan zou denken zou die prachtige, wonderbaarlijke sleep ooit daadwerkelijk achter mij aan slepen. Dat was mijn doel. Als ik er maar sterk genoeg aan zou denken zou mijn grootste droom in vervulling gaan. Alleen de gedachte eraan kan de heftigste misselijkheid al doen vervagen. Het model werd in de richting van gordijnen geduwd. Ik kreeg glimpen mee van kaptafels en rekken. Hangers verspreid op de grond, overal. Bij het poederen vallen er steeds kleine deeltjes op mij en in mij. Bijna wordt mijn buitenkant bijna tegen een vieze vlek geduwd. gelukkig kan ik er nog net op tijd voor zorgen dat het model van mij een impuls krijgt. Gelukkig maar dat ik haar zenuwen nog net kon aanmanen een gigantische stap opzij te zetten. Het valt me nu pas op dat het liedje al de hele tijd hetzelfde is. Het is prachtig, dit is vast het beste album ooit. Steeds meer geluiden hoor ik nu, mijn neus wordt volgespoten met iets. Ik schrik enorm en de verstikking slaat weer toe. Nu is er geen muziek om me te redden, die is uitgezet. Dan wordt ik verblind. Dit is het laatste dat de naaisters me vertelden. Het moment dat ik verblind zou worden en dat elke zenuw een inzinking zou krijgen door het enorme verschil met de ruimte waar ik eerst was geweest, dan zou ik moeten stralen. Dan was het mijn beurt. Ook zeiden ze dat het zo intens zou zijn dat ik het meteen zou aanvoelen, wat ik vreemd vond aangezien ze net hadden gezegd dat mijn zenuwen een inzinking zouden krijgen. Nu voelde ik het toch. Het moment was aangekomen. Ik moest stralen en harten veroveren. Al moest ik door een hele hoop stof bijten.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten